Metro

20140323_ Ala'a Basatneh _ (1)

Ala’a Basatneh

2.200 Facebook-vrienden, 2.400 Facebook-volgers, 5.100 volgers op Twitter. Ook beheert ze verschillende websites. Haar bereik: 700.000 mensen. Onder hen verspreidt zij foto’s en video’s van vrienden. Zij maakt gezichten onherkenbaar, deactiveert social media-accounts en stuurt verborgen camera’s. Haar doel: bekendheid voor de oorlog in Syrië, waar haar vrienden oorlog voeren.

Ala’a Basatneh woont in Chicago. Met haar laptop en smartphone rebelleert zij tegen het regime. Over de in Syrië geboren twintiger is een documentaire gemaakt: #chicagoGirl: the social network takes on a dictator. Dore van Duivenbode sprak met haar.

Facebook of Twitter?

‘Twitter is veiliger, het regime kan het niet hacken. Volgens mij kennen ze het niet.’

Waarom ben je dit gaan doen?

‘In 2011, aan het begin van de oorlog, zag ik een video van een Syrische journalist. Hij droeg een gedicht voor. Ik was erg onder de indruk en zette het online. Diezelfde week was er een Syrische conferentie in Chicago. Mijn post werd opgepikt. Door Syriërs in Chicago, door vrienden van hen. Zelfs door Syriërs in Syrië. Er kwam een ongelooflijke energie los. Ik ontdekte de impact van social media. Hoe meer mensen weten wat er gaande is, hoe meer kunnen helpen.’

Je organiseert ook opstanden. Hoe doe je dat?

‘Ik maak een event aan op Facebook of breng rebellen van verschillende groepen bij elkaar. Met mijn internetverbinding kan ik hen linken. Grotere groepen hebben grotere impact. Ook kan ik bijvoorbeeld uitzoeken waar vluchtroutes zijn.’

Hoeveel uur ben je dagelijks online?

‘In het begin tien uur per dag. Ik werd ’s nachts wakker, stuurde berichten, stond op en ging op Facebook. Op school zat ik op Facebook, ik Skypete zelfs tijdens de les. Nu zo’n zes uur per dag. Rond mijn 20ste was mijn leven niet meer leuk. Iedere minuut die ik niet online was, voelde ik mij schuldig. Mijn ouders riepen mij een halt toe. Ik probeer nu ook af en toe leuke dingen te doen.’

Vanwaar het schuldgevoel?

‘Mijn drive was zó groot. Mijn vrienden in Syrië gingen dood. De één na de ander. Als zij hun leven verloren, kon ik toch niet van mijn leven genieten? Ik moest helpen. Daarvoor mocht ik mijn telefoon of laptop geen moment met rust laten, die redden immers levens.’

Er is een film over je gemaakt. Loop je gevaar?

‘Ja, ik word bedreigd. Maar in verhouding met wat mensen in Syrië doormaken is het een schijntje. Dreig-Tweets of bommenwerpers boven je hoofd zijn niet te vergelijken.’

Hoe hebben de afgelopen drie jaar oorlog jou veranderd?

‘Ik was een verlegen meisje, durfde niets. Sinds de oorlog heb ik de rebel in mijzelf ontdekt. Ook ben ik twintig jaar ouder geworden. Als ik met leeftijdsgenootjes praat ontgaat mij de zin van een gesprek over lippenstift.’

En de zin van een potje Candy Crush op je smartphone?

‘Zelfs de rebellen in Syrië spelen Candy Crush! Ach ja, als dat je rustig maakt wanneer er vliegtuigen met bommen boven je hoofd cirkelen, dan is dat oké.’

Word je boos als mensen onverschillig zijn over de oorlog?

‘Er komt een moment dat zij omkijken en denken: ‘wauw, ik heb niets gedaan.’ Terwijl men weet wat er gaande is. Bovendien, er is social media: iedereen kan iets doen!’

Niet iedereen kan opstanden via Facebook organiseren…

‘Nee, maar iedereen kan bewustzijn creëren. Ondanks dat overheden en de internationale gemeenschap niets doen, zijn mensen sterk genoeg om verandering te bewerkstelligen. Blijf op de hoogte van wat er gaande is en verspreidt dat!’

In opdracht van: Dagblad Metro

Beeld: Richard van der Klaauw