Free Press Unlimited

mannen_van_staal_dvd_artikel_1Vijfentwintig jaar geleden hield de Sovjet-Unie op te bestaan. In een reis van Stalins geboortestad in Georgië, via Abchazië en Oekraïne naar zijn graf in Rusland onderzoekt journalist Dore van Duivenbode, met financiële steun van het Postcode Loterij Fonds voor journalisten, hoe de geschiedenis en politiek in de publieke ruimte terugkomen.

Het is ochtend. De dauw hangt in de lucht. Koeien grazen op de velden. In de verte liggen langgerekte bergen, legerkazernes en ruïnes waar straatgevechten worden gesimuleerd. Het zijn overblijfselen van de Georgisch-Russische oorlog uit 2008. Tussen de velden joggen twee militairen over een geasfalteerde kronkelweg richting de kazernes. De één draagt een legerbroek, de ander een donkergroene legging. Met mijn schoenen veeg ik steentjes weg en een koeienbot. Ik speur tussen het gras en stap door de modder. Onder deze grond zouden tienduizend doden zijn begraven. In de jaren dertig zijn zij vermoord in opdracht van Stalin. De massagraven zijn nooit gevonden. Niemand die hen zoekt, behalve Irakli Khvadagiani.

Irakli is midden twintig en werkt bij het Soviet Past Research Laboratory (Sovlab). Vanmorgen reden wij met een jeep Galloper vanuit de Georgische hoofdstad Tbilisi naar dit gebied, enkele tientallen kilometers buiten de stad. Bij een tankstation kochten we een fles Coca-Cola. De vlag van de Europese Unie wapperde boven het op de muur van de kiosk getekende voetbaldoel. Twee jongens van een jaar of achttien leunden tegen de muur. Om en om staken ze hun hand in een zak met paprika chips. Terug in de jeep pakte Irakli zijn Samsung tablet en zoomde hij in op een kaart uit 1970. Zijn vinger tikte tegen het scherm, de kaart zoomde verder in, grasvelden en een landweg verschenen. Daar ergens moesten wij zijn. We verlieten de snelweg en reden over hobbelige paden richting het oosten tot wij in de berm van de grasvelden parkeerden, naast de grazende koeien.

‘Uit eigen beweging kammen wij met Sovlab het gebied uit,’ vertelt Irakli. ‘We doen bodemonderzoek en lopen rond om aanwijzingen te vinden, maar het gebied is te groot.’ Hij kijkt over de kilometers aan gras. ‘De volgende keer kom ik terug met een drone om boven het terrein te vliegen en luchtfoto’s te maken.’

‘Zo schrijft de politiek onze geschiedenis’

Voordat zij hier werden geëxecuteerd, zaten de gevangenen in Tbilisi in martelkamers vast. De kamers liggen onder een parkeerplaats van een woningblok. Zoals in het Georgische landschap met de grazende koeien is ook hier geen enkel spoor van het verleden terug te zien. Geen monument, geen bordje, niks. De regering zou zich schamen voor zijn Sovjet-jaren, wordt mij verteld door een adviseur van de voormalig president. Georgië wil vooruit.

‘Zo schrijft de politiek onze geschiedenis,’ vertelt Irakli. Volgens hem moet het beest juist recht in de bek worden gekeken om vooruit te kunnen. Zoals ik van meer jonge Georgiërs hoor, is Irakli van mening dat alle geschiedenis een plek in de geschiedschrijving verdient. ‘Ook de Sovjet-jaren.’ Hiervoor is hij op zoek naar orale bronnen die over de massamoorden uit de jaren dertig kunnen vertellen. ‘Degene die de executies hebben meegemaakt, zullen zo’n negentig jaar oud zijn. Dat maakt het een flinke zoektocht om ooggetuigen te vinden.’

We lopen over het gras, door een uitgedroogde rivierbedding en zijn op zoek naar verschillen in vegetatie. De koeien hobbelen weg. Distels prikken in mijn broek. Hoe natter de grond, hoe slechter de drainage. ‘Hoe groter de kans dat er iets begraven ligt,’ beredeneer ik. Maar zo simpel is het niet. Irakli legt uit dat er in de afgelopen decennia zoveel grondlagen zijn bijgekomen, dat het moeilijk is de grond te lezen. ‘We moeten de logica in het gebied ontdekken. Vanuit welke richting kwamen de transporten met de gevangenen aan? Wat zou een logische plek zijn om, ongezien, zoveel mensen te doden en vervolgens te begraven?’

In de verte lopen drie mannen met emmers. Ze speuren de grond af en zijn op zoek naar paddenstoelen. Hoe verder wij de velden in lopen, hoe harder de grond wordt. In de aarde zitten scheuren. De koeienmest is uitgedroogd.
‘En de boeren, hebben die nooit iets gevonden?’ vraag ik.
‘Agricultuur gaat maximaal vijftien centimeter de grond in,’ legt Irakli uit. ‘Zij komen niet eens in de buurt.’
In Rusland is het volgens hem makkelijker om massagraven te vinden. Ook al voelt de bovenkant soms hard aan, in Georgië is de grond te zacht. Alles verdwijnt erin. Bovendien zijn, na het einde van de Sovjet-Unie, officiële documenten naar Rusland getransporteerd. In Georgië komt het verleden moeizaam aan de oppervlakte.

We lopen een heuvel op. Bovenaan drinken we Coca-Cola uit de fles en maakt Irakli foto’s van het uitzicht met zijn tablet. Uit automatisme speurt hij tussen het gras. Plots bukt hij, pakt hij iets van de grond en legt het in mijn hand. Het is de kogelhuls van een kalashnikov.
‘En?’ vraag ik.
Hij schudt zijn hoofd. ‘Te recent.’