Herdenking 14 mei

herdenking_Femke van Geffen

Weerspiegelende wederopbouw

“Ik brand ieder jaar een kaarsje. Meestal ’s avonds, dan is het licht mooier.” Het waxinelichtje zet de in Charlois wonende Katharzyna Cisek tussen de televisie en de commode in. Niet op 14 mei wanneer Rotterdam het bombardement herdenkt, maar op 1 september, de dag dat Duitsland Katharzyna’s geboortestad bombardeerde. Gdańsk werd Danzig, de Tweede Wereldoorlog was begonnen.

“In Polen deed ik dat nooit hoor, zo’n kaarsje,” verontschuldigt zij zich. “Maar hier ben ik alleen. Mijn hele familie is daar.” Ze speurt de kalender af en gaat met haar vingers langs de dagen. “1 mei is Dag van de Arbeid, 3 mei vieren we de Poolse grondwet. Dodenherdenking is 4 mei, toch? Bevrijdingsdag daarna. Hier, 14 mei. Een donderdag. Dan ben ik aan het werk.” Toen Katharzyna vijftien jaar geleden vanuit Gdańsk op busstation Rotterdam Centraal aankwam, keek zij haar ogen uit. “Alles was hoog, grijs en glad. Maandenlang was ik bang voor die gebouwen. Tegelijkertijd zag ik de verschillende culturen, dames die tijdens Zomercarnaval trots door de straten paradeerden en iedereen die zijn eigen feestje mocht vieren. Prachtig vond ik dat.”

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft havenstad Gdańsk, evenals Rotterdam, aan zijn wederopbouw gewerkt. Anders dan in Rotterdam zijn in Katharzyna’s geboortestad de oude gebouwen herbouwd. Het zijn replica’s van hoe de stad ooit was. Echt of nep, Katharzyna maakt het niet uit. “Het voelt oud, dat is genoeg. Aankomende vakantie ga ik er met mijn kinderen naar toe. Wij gaan naar het monument en naar de kanonnen. Ik wil laten zien dat Polen meer is dan wat zij van hun Nederlandse vriendjes horen over bier op straat en wodka.”

Katharzyna is één van de vele Rotterdammers die niet in Rotterdam is geboren, Gdańsk één van de vele steden die tijdens de Tweede Wereldoorlog is verwoest. Dresden, Kassel, Warschau, Londen. Uit vliegtuigen werden de bommen losgelaten. Hannover, Bristol, Hamburg. Straten werden vernietigd en gebouwen weggeblazen. Darmstadt, Coventry, Tokio. Stedelingen vermoord en steden ontzet. Köningsberg, Nagasaki, Hiroshima.

Piotr Matywiecki schreef voor Steden Schuilen Niet het gedicht ‘Grafschrift voor altijd’. Want dat is wat het is, oorlog. Altijd.

[…]

 zij die toen stierven

sterven ook vandaag

in elke oorlog op aarde

en morgen

Overal zijn steden die uit kraters omhoog klauteren. In Palestina wordt gefreerund over verwoeste daken. Enkele uren nadat Rotterdam het bombardement herdenkt, drukt de geschiedenis ons met de neus op de feiten. Klokslag twaalf uur ’s nachts begint de Nacht van de Vluchteling. Met dit jaar het startschot in Rotterdam. Het opgehaalde geld is voor de slachtoffers van de oorlog in Syrië waar duizenden bommen meer dan tweehonderdduizend mensen vermoordden en er nog amper beton is om uit omhoog te klimmen. Oorlog is niet afgebakend en beperkt tot een stad. Oorlog betekent dat miljoenen hun land moeten verlaten. Dat zij in bootjes stappen omdat het leven onhoudbaar is. Oorlog heeft met alles te maken. Vandaag en morgen. Het is onontkoombaar en houdt nooit op.

Gdańsk herbouwde zijn gebouwen, Katharzyna zag bij haar aankomst op het Rotterdamse busstation de wederopbouw terug in alles dat de hoogte inging. Geen plakkaat of krans kan tegen die weerspiegelende littekens op. Glazenwassers poetsen de ruiten schoon. Het sop drupt op de stoep. Skateboarders glijden over leuningen en toeristen maken foto’s van de Markthal. De Rotterdamse wederopbouw is een landmerk geworden waar de geschiedenis in is verankerd. Nelleke Noordervliet wijst in Steden Schuilen Niet op het belang van plekken waaraan de verbeelding zich kan hechten. Ook Henk Hofland schrijft dat het helpt wanneer men zich een concrete voorstelling van de geschiedenis kan maken. Het geeft houvast, wortelt en zorgt ervoor dat de geschiedenis eigen wordt.

Van jou, van mij, van iedereen die zijn hand uitsteekt om hem te grijpen. Alleen via ons vindt de geschiedenis een weg naar buiten. Mist wij hieraan gehoor geven en alle Rotterdammers ruimte geven om hem beet te pakken. Niet door mee te lopen met de Brandgrensrun, ook al krijgen zij ‘een unieke ervaring en een T-shirt’, maar door hun context te incorporeren. Geschiedenis heeft slechts levensvatbaarheid wanneer plaats wordt gemaakt voor nieuwe herinneringen en interpretaties. Wanneer het herdenken niet gereserveerd blijft voor een select gezelschap: diegene die zich verwant voelen aan het bombardement van 14 mei 1940. Het verleden is te waardevol om het uit het oog te verliezen.

Zo gaat de vraag of er toekomst in het herdenken zit, voorbij aan de vraag wat er nu eigenlijk herdacht wordt. Het is aan het individu om dat te bepalen. In Rotterdam is gekozen voor het wegwerken van de ruïnes. Wat overblijft zijn gladde, hoge gebouwen waarop iedereen zijn geschiedenis kan projecteren. Katharzyna brandt op 1 september een waxinelichtje. Tussen de commode en de televisie in.

-

In opdracht van: Stichting herdenking 14 mei 1940 en naar aanleiding van het verschenen boek ‘Steden schuilen niet’ met bijdragen van onder meer Nelleke Noordervliet en Henk Hofland.

Illustratie: Femke van Geffen